Posts tonen met het label ach en wee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ach en wee. Alle posts tonen

dinsdag 14 september 2010

Therapie

Zullen we het eens hebben over van die dagen?
Van DIE dagen ja.
Want wat doe je als je na het ontwaken ontdekt dat de hond alweer in de keuken gescheten heeft.
Als je kinderen nog steeds weigeren te begrijpen dat ze om 8.15 uur klaar moeten zijn voor school.
Als je die kinderen dus voor de, zeg, duizendste keer moet sommeren hun tanden te gaan poetsen.
Als je dan al voor 8 uur sláánde ruzie hebt.
Als je jongste zó hard staat te schreeuwen dat ze het in het buurdorp gehoord móéten hebben, alleen omdat ze geen zin heeft om haar schoenen boven te gaan halen.
Van die dagen.

Op van die dagen kun je als ontaarde rechtgeaarde vrouw kiezen uit twee dingen.
Óf je geeft toe aan de neiging alles kort en klein te slaan.
Óf je levert je kinderen met een zucht van verlichting af op school en rijdt in één ruk door naar de stad.
En plunder je je spaarrekening en verwen je jezelf met parfum, lingerie, makeup en nieuwe kleertjes.

A girl's gotta do what a girl's gotta do

maandag 17 mei 2010

Operatie geslaagd

We zijn weer thuis (sinds een uurtje). Alles is goed gegaan, alleen was het wakker worden uit de narcose heel naar. Voor Merel zelf en voor mij om naar te kijken. Het arme schaap stikte bekant in haar eigen bloed!

Maar nu zit ze lekker te spelen met haar nieuwe Playmobilcamper. Die heeft ze ook dik verdiend want ze is ontzettend dapper geweest. Heeft braaf gedronken ieder kwartier en later om het half uur. Dat heeft wel goed geholpen: ze heeft nu met drinken al geen pijn meer. Ze heeft net ook een Paula-toetje op en ook dat deed geen zeer. Ik ben zo trots op mijn meisje!

Ik ben kapot zeg, na zo'n lange dag en voorafgaand daaraan vier slapeloze nachten. En nu ben ik ook nog aan de racekak van de antibiotica. Life's good!

zondag 16 mei 2010

Mag ik passen?

Want dan pas ik.
Dan spoel ik door tot dinsdag.
Want ik heb de afgelopen dagen lopen verreken van de kiespijn.
Een wortelkanaalbehandeling gekregen van de plaatsvervangend tandarts.
's Avonds niet kunnen slapen van de pijn.
Gisteren dus weer naar Vianen alwaar de noodvulling samen met de nodige pus werd verwijderd.
En vandaag weer terug voor een nieuwe noodvulling.
Maar.
Ik verga nog steeds van de pijn.
Dus ik wil geen noodvulling.
Die kies moet er uit!
Want morgen moet Merel geopereerd worden aan haar amandelen.
En dan moet ik moeder zijn.
En moeders hebben geen tijd voor pijn.
Die moeten doorstomen.
Dus ik pas.
En spoel door naar dinsdag.
Goed?

Edit 19.20 uur:
De kies zit er nog. De ontsteking is helaas uitgebreid naar mijn kaak.
Wat de tandarts nog kon doen?
Er even flink in poeren met een vijl en de ontsteking dan uitknijpen als een puist.
Pijn! Pijn!
PIJN!
Nu zit ik aan de antibiotica en is mijn kies nog steeds open. Een noodvulling heeft namelijk geen zin als de ontsteking zo heftig.
Fijn hoor.
Héél fijn....

donderdag 25 februari 2010

Zes jaar geleden

Is het vandaag precies.
Dat ik om 8.45 uur een telefoontje kreeg van een onbekende man.
Die me vertelde dat manlief een ongeluk had gehad en dat hij beklemd zat in z’n auto. Omdat er een trekker overheen gereden was.
Mijn adem stokte.
Manlief was nog wel ‘bij’ en ik kreeg hem aan de lijn.
Veel zinnigs kwam er niet uit dus ik vroeg die onbekende meneer terug en die legde me uit waar het ongeluk gebeurd was.
Ik trok de toen tweejarige Anne haar laarsjes aan en dropte haar in razend tempo bij een buurvrouw.
En reed met kloppend hart naar de plek des onheils.
Daar aangekomen landde er net een traumahelikopter. Ook al zo’n adembenemend moment.
Ik dacht letterlijk: ‘daar gaat ie dan, straks ben ik weduwe.’
Met een peuter en een baby onderweg. Lekker dan.
De brandweer was druk doende manlief uit te zagen en ik stond anderhalf uur in de natte sneeuw te wachten tot ze zover waren.
Ik werd opgevangen door een aardige politieagent. Die af en toe ging kijken hoe het er mee stond.
Toen manlief eindelijk vrij was, werd in de ambulance nagekeken of hij stabiel was. Ik mocht voorin plaatsnemen en kiezen naar welk ziekenhuis ik wilde. Het UMC (Utrecht) of het ziekenhuis in Tiel.
‘Doe maar het UMC’, murmelde ik, denkend dat een groot ziekenhuis in ieder geval alle faciliteiten kon bieden. ‘Goede keus,’ vond de ambulancechauffeur.
De vriendelijke agent bood aan mijn auto voor me naar huis te brengen. Dankbaar gaf ik hem mijn sleutelbos. Waarop hij suggereerde dat ik alleen de autosleutel zou geven en de huissleutels zelf zou houden. Zodat ik ook nog naar binnen kon. Tja, logisch denken is op zo’n moment iets teveel van me gevraagd.
Onderweg naar het ziekenhuis belde ik mijn zwager om hem op te hoogte te brengen en te vragen of hij iedereen wilde bellen.
En belde de buurvrouw dat het nog wel even kon gaan duren, dat was gelukkig geen probleem.
In het UMC werd manlief naar het traumacentrum gebracht waar hij van boven tot onder onderzocht werd. Conclusie: een gebroken elleboog en een verbrijzeld linkerbovenbeen.
Hij zou dezelfde dag nog geopereerd worden.
Maar door een noodgeval ging het die woensdag niet door. Nadat manlief op zaal terecht was gekomen reed ik met mijn zwager naar huis om Anne op te halen. En wat spullen in een tas te flikkeren om bij mijn ouders te overnachten. Die wonen nl. vijf kilometer van het UMC vandaan.
De volgende dag werd manlief geopereerd. Waar de artsen nog een beste klus aan hadden. Ze moesten met zeven man aan zijn been gaan hangen om het enigszins even lang te krijgen als zijn rechterbeen. Het bot was in zeven grote en een heleboel kleine stukken gebroken. Met een pin van heup tot knie hebben ze de boel enigszins gerepareerd. Als in: we duwen alle stukken op z’n plek en hopen er het beste van.
De nacht na z’n operatie viel manliefs bloeddruk ineens weg. Hij voelde zich naar en drukte op de bel. ‘Zestig over veertig,’ prevelde de broeder, ‘u hoort niet eens meer bij bewustzijn te zijn!’ Maar manlief dacht:’Ik ga nu NIET dood. Ik heb een vrouw, een peuter en een babyontheway en ik ga vandaag NIET dood.’
En zo geschiedde. Zes jaar na dato leeft hij nog steeds met de vervelende gevolgen van dat ongeluk. Maar hij is er nog. En da’s wat telt.

dinsdag 15 december 2009

Pas op, niet lezen voor het ontbijt!

Na een ontspannende yogasessie kruip ik dankbaar in mijn bedje. Klaar voor een hele nacht heerlijk slapen.

Om 00.22 uur schiet ik overeind. Merel huilt. Ze heeft haar bed onder gespuugd. Als ik haar kamer binnensjees slaat de kotswalm me in het gezicht. Vlug sleur ik Merel uit de hoopslaper en verkas haar naar de badkamer alwaar ze de wasbak van een meurende bruinoranje laag voorziet.

Manlief haalt het bed af en ik neem Merels trillende, ineens weer heel kleine lijfje op schoot. Met een bibberend stemmetje vraagt ze of ze in ons bed mag komen slapen. Zucht. Daar ben ik niet zo'n fan van, van kinderen in mijn bed. Maar ik zie wel dat ze echt beroerd is en dan is het ook niet handig als je in een hoogslaper ligt dat zou nog wel eens een prachtig geval van projectile vomiting op kunnen leveren. Dus ik stem toe.

Als ik een half uur later net weer een beetje weggezakt ben, moet ze weer spugen. Omdat manlief het kleinste schoonmaakemmertje dat we hebben heeft gepakt in plaats van de grote afwasbak, kotst ze met een werkelijk prachtige boog over het emmertje heen mijn bed in. Voor de tweede keer gaan we eruit en dit keer verschoon ik het bed.

Tegen half vier lijkt het erop dat Merel uitgespuugd is en breng ik haar naar haar eigen bed. Met een fleecedeken als hoeslaken en haar dekbed zonder hoes valt ze dankbaar in slaap. En ik vlij me onder mijn dekbed. Hopend op nog een uurtje of drieënhalf slaap.

Dat kan ik mooi vergeten. Tegen zessen schiet manlief kreunend overeind. Gelukkig haalt hij wel het toilet maar hij is zo beroerd dat hij er bijna afdondert. Ik breng op zijn verzoek glaasjes water en rennies naar hem toe. En ga dan weer in bed liggen wachten tot het zeven uur is.

Om 07.00 uur zou ik het liefst het dekbed over me heen trekken en blijven liggen. Maar Anne moet naar school dus ik zal toch op moeten staan. Manlief blijft nog even liggen. De kotslucht hangt door het hele huis en vlug laad ik de tweede wasmachine met kotsgoed.

Na de luizenschrik van maandag draait het ding overuren. Zouden er ook draaideurwasmachines bestaan? Hóp erin en hóp eruit? Ik houd me aanbevolen!

maandag 14 december 2009

Gerard vertelt

Dag lieve bloglezers. Laat ik mij eerst even voorstellen.
Ik ben Gerard. De allerliefste knuffel van Oudste Dochter aka Anne.
Inmiddels zijn er drie van mij te vinden in huize B., je zult mij maar eens kwijtraken, tenslotte!
Sinds jaar en dag vertoef ik in Anne’s bed.
Vroeger in een innige omhelzing.
Nu steeds vaker zomaar ergens in haar bed.
Maar daarover wilde ik u niet vertellen.
Ik wil verhalen over de ergste dag in mijn leven.
Het begon met een telefoontje waarin de Moeder vernam dat Oudste Dochter wellicht luizen heeft.
Onmiddellijk was het of een orkaan de kamer doorraasde.
De Moeder was op oorlogspad!
Ikzelf doe er niet moeilijk over, ik vergaar al jaren stof en bacteriën.
Wat maken mij die paar luizeneitjes dan uit?
Niets!
Maar de Moeder sprong er spontaan van in de stress.
Rende als een kip zonder kop naar de slaapkamer en roetsjte zó, in één beweging, al het beddengoed, kussens en knuffels van het bed.
Hóp, de wasmachine in.
Was ik al nooit fan van attractieparken, nu ben ik er definitief van genezen.
Menschen, wat ging dat hard. En héét, héét dat het werd!
En nu zit ik dan, gedrieën, kou te lijden te drogen bij de verwarming.




En als u zich afvraagt waarom een giraffenknuffel in godsnaam Gerard heet: de Moeder houdt nogal van alliteratie….

maandag 30 november 2009

Neerslachtig

Dat is het woord dat het best beschrijft hoe ik me voel. Neerslachtig. Alsof ik, emotioneel, bij het minste of geringste om zou vallen. Labiel. Kwetsbaar.

Nu is 2009 ook een kutjaar geweest hier.

Met een werkloze man die dan weer krijgt te horen dat hij overgekwalificeerd is, dan weer dat hij geen recent persnetwerk heeft en dan weer net geen ervaring in de branche van het bedrijf waar hij solliciteert. Dat hij de moed er nog in weet te houden is iets waar ik ontzettend veel bewondering voor heb. Ikzelf was al lang geleden afgehaakt.

Met het rouwen om mijn schoonmoeder die vorig jaar op 23 december overleed. Iets waarbij werkloos thuis zitten natuurlijk ook niet helpt. Anders heb je nog de afleiding van je werk. Iets waar vooral Anne nog lang niet klaar mee is. Die zit nog steeds in de opstandige, boze fase. Ook is ze bang dat de mensen waar ze van houdt dood zullen gaan. En dan vooral ik of haar vader.

Met Anne die nog steeds niet lekker in haar vel zit. Inmiddels zijn we er aardig achter waarom. Een waarom dat ik best met u zou willen delen maar ik vind niet dat ik dat kan maken. Dan zou ik haar privacy schenden. Tenslotte zijn mijn logjes openbaar en kan iedereen ze tot ver in de toekomst nog lezen. Maar neemt u van mij aan dat ze het moeilijk heeft. En ik erbij. Ik zou alles geven om haar van deze gevoelens te verlossen. Mijn ziel en zaligheid.

Dus.

Ben ik labiel, emotioneel en neerslachtig.

En niet in staat tot het schrijven van leuke, luchtige logjes.



Dit nummer van Blof werd gedraaid tijdens mijn schoonmoeders uitvaartdienst. Het beschrijft ook nog eens prachtig hoe ik me voel.

vrijdag 9 oktober 2009

Maar..... dus....

Woensdag ging de vlag uit. 's Middags kwamen de uitslagen van Merel binnen en alles was goed.

Gisteren ging Merel vol goede moed weer naar school. En had een heerlijke dag. Nodigde zelfs een vriendinnetje uit, gistermiddag.

Maar.

Vannacht had Merel weer bijna veertig graden koorts. En had ze keelpijn. En hoofdpijn. En pijn in haar knieën.

Dus.

Zaten we daarnet weer bij de huisarts. En keek de huisarts haar van boven tot onder na. En vond niets.

Dus.

Belde zij het ziekenhuis voor een afspraak met een kinderarts. Omdat ze vindt dat Merel echt volgende week gezien moet worden.

Dus.

Wachten we maar af.

woensdag 7 oktober 2009

Een naar ventje

Gisteren onder het avondeten kreeg ik bezoek van een heel naar mannetje.
Eerst toverde hij strepen en lichtflitsen in mijn blikveld.
Daarna trok hij een reusachtige spijker tevoorschijn en ramde die in mijn schedel.
Manlief kent het mannetje inmiddels ook al wel en kwam gezwind aanspoeden met een batterij pijnstillers.
Het mannetje sloeg me dit keer volledig knockout. Hoe hij heet? Dit mannetje heet 'Migraine'.

En nu maar wachten tot het hem belieft die spijker weer uit mijn kop te trekken.

maandag 5 oktober 2009

Kwakkelen

Merel is aan het kwakkelen. Al twee maanden.
Op vakantie in Frankrijk begon ze te hoesten. En ze hoest nog.
Twee maanden en twee antibioticakuren verder hoest ze nog steeds.
Knapt iedere keer wat op, gaat een paar dagen naar school en hopla: ze zit weer thuis.
Tijd voor actie, vindt ook de huisarts.
En dus moet er vanmiddag bloed geprikt worden en een longfoto gemaakt worden.
Natuurlijk kan Joost dat ook prima met haar doen maar hier wil mama natuurlijk zelf bij zijn, dat snapt u. En dus ben ik vandaag vrij.
Ik zou wat kunnen lezen maar het boeit me niet. Ik zou wat kunnen werken maar het boeit me niet. Ik zou wat broeken voor Merel kunnen gaan naaien maar het boeit me niet. Was het maar vast 14.00 uur. Of nee, doe maar half drie, dan zijn we er van af!

Edit dinsdag: Het prikken an sich viel mee. De aftermath niet. Eenmaal in de auto kreeg ze een enorm nare (stress?)reactie. Alle kleur trok uit haar weg en ze werd heel slap en sloom. Ik schrok me het ongans! Gelukkig zat ik naast haar achterin de auto en kon ze nog vertellen hoe ze heette en dat ze vijf jaar is. Pas na een half uurtje ofzo kreeg ze weer spatjes. Vandaag zouden we de uitslag krijgen maar die bleek er vanmorgen nog niet te zijn. We hopen dus maar op morgen!

donderdag 10 september 2009

Het cadeau voor Lydia

Heel de blogwereld weet het al. Alle lezers van Cisca krijgen een cadeautje. Een werkelijk briljant plan. De uitwerking gaf nog enige verwarring het blijven natuurlijk vrouwen hè? Die lezen ‘cadeautje’ en meteen slaan alle systemen op tilt en dan nemen ze geen info meer op. Maar na een lijstje kwam het toch nog goed.

Dus mag ik Lydia verblijden met een cadeau. Maar. Lydia heeft geen weblog. Dus kon ik niet gezellig even buurten om haar wat beter te leren kennen. Oei. Hoe nu? Ik stuurde haar een email en per kerende post email stuurde ze me een beschrijving van zichzelf.

En toen toog ik naar de cadeauwinkel. En zocht en speurde. En wikte en woog. Om uiteindelijk iets te kiezen.

Maar. Nu moest het nog verzonden worden. En je wilt natuurlijk niet dat je met zorg uitgezochte cadeau helemaal verschmotzeld aan komt. Je wilt dat de ontvangster denkt: ‘Wauw, wat een práchtcadeau en wat heeft ze dat leuk bedacht en wat ben ik daar blij mee.’ Dus. Dacht ik na. En vond uiteindelijk, met behulp van manlief, de ideale verpakking.

Nu alleen nog een van die schattige bloemenkaartjes die al jaren in de la liggen erbij en hóp. Maar. Op al die verrekte bloemenkaartjes staat ‘gefeliciteerd’. Kut.

vrijdag 28 augustus 2009

Aan de weergoden....



Bedankt!


Uitleg voor de gewone stervelingen onder u: Geweldig gepland, die dip in het zomerweer. Gisteren met een huis vol visite en vanmiddag met zes hysterische vijfjarigen. Echt. Heel. Fijn.

donderdag 20 augustus 2009

Gevlucht

Ik ben gevlucht.
Niet het land uit. Niet bij mijn man weg.
Ik ben gevlucht voor de hitte.
In mijn o zo prachtige kantoor loopt de temperatuur op tropische dagen namelijk op tot rond de veertig graden.
Dus lang leve die dure inklaptafel van Overtoom.
Die zet ik op mijn oude stekkie, nu de kinderhoek.
Speelgoed aan de kant en hup. Daar zit ik.
Naast het playmobil-kasteel.
Ga ik lekker met de prins en de prinses spelen.
Hoef ik me niet te vervelen.

vrijdag 12 juni 2009

Crap


Ja. Poep dus. Want daar zou ik vandaag over loggen. Dat had ik beloofd. En daar verheugde u zich op.

Nu zit ik niet meer, zoals zij en zij, tot aan de oksels in de stront. Ik zit namelijk niet meer in de babies. Toch blijft de poep ons beroeren. Of liever gezegd, de poep met wormpjes. Waar dochterlief alwéér last van heeft. We kunnen volgens mij niet meer op de vingers van één hand tellen hoe vaak ze hier al last van gehad heeft. Daarom vindt de huisarts het nodig dat haar ontlasting onderzocht wordt. Tenslotte heeft jongste dochter nooit ergens last van dus waarom oudste dochter wel?

We kregen dus twee testkits mee. Nee, nee, schrik niet. We hoeven niet zelf te testen. Dat doen ze in het laboratorium over een schijtbaan gesproken. Wij hoeven alleen te verzamelen.

In de eerste kit zit een kokertje. Die, volgens het etiket, gevuld moet worden met drie flinke scheppen poep. De tweede kit is pas echt een goede. Drie kokers bevat deze maar liefst. Met uitgebreide aanwijzingen:

Afname: Op 3 achtereenvolgende dagen na de ontlasting één potje vullen met feces

Dag 1: potje 1. In het potje met vloeistof met een lepeltje Ja, waar dan mee? Met je handen? zoveel ontlasting doen dat de vloeistof tot aan de rode pijl komt. Daarna het deksel goed dichtdraaien nee, ik laat het los, geeft een leuk effect en rustig schudden gedurende 20 seconden (tot 25 tellen).

Dag 2: potje 2. Vullen met drie scheppen ontlasting

Dag 3: potje 3. Zie dag 1.

Het geheel wordt vergezeld door een tekening voor dag 1 en 3. Voor het geval we het niet snapten. Manlief en ik keken elkaar meewarrig aan na het doorlezen van de instructies. ‘Shit’, was het enige dat ik uit kon brengen. Er moest dus in de stront geroerd worden. Het liefst ’s morgens vroeg. En dat trek ik dus niet, hè mensen. Dus die taak laat ik dankbaar aan manlief over.

Vandaag is de laatste dag en kunnen die strontkokers eindelijk op de bus. Naar het laboratorium waar één of andere geleerde de hele dag in de stront staat te roeren. En kan oudste dochter eindelijk haar wormtabletje nemen. Want dat mocht niet om de uitslag niet te beïnvloeden. Ik denk dat het nog een paar dagen zal duren voor we allemaal jeukvrij zijn. De èchte en de psychologische, that is.

vrijdag 29 mei 2009

Gebutst

Het is precies zoals zij al schreef. Je houdt ze niet heel. Ook niet als ze al vier zijn. Want dan lopen ze tegen de lamp. Letterlijk. BLEF, tegen een lantaarnpaal.

Voor de gelegenheid kijkt ze er wel gepast treurig bij.

zondag 24 mei 2009

OempaLoempa-af

Ik ben er weer. In het land der levenden. Waar de normale mensen wonen. Die er niet uitzien als opgezwollen rode mannetjes. Want dat was wat de allergie nog meer voor in petto had. Vingers als worstjes en tenen als… ja wat eigenlijk? Wat is klein en heel dik? Nou ja, u snapt het wel. Daags na die nacht met helse pijn in mijn knieën en polsen zwollen mijn handen en voeten op. Ook erg pijnlijk.

Maar goed, de knietjes en de polsjes zeuren nu nog wat na en tegen de avond zwel ik weer op. Maar voor de rest functioneer ik weer. Morgen even naar de huisarts. Want die moet wel even uitzoeken of dit echt van de ibuprofen kwam. En waar ik dan eventueel nog meer allergisch voor ben. Want dit wil ik nooit meer meemaken. Ik ben er klaar mee. Nu maar hopen dat mijn lijf zich hier ook aan houdt.

Allemaal bedankt voor het medeleven. Dat deed me echt goed!

Goed, nu over naar leukere zaken. Want we gingen een dagje naar mijn ouders op de camping (het was familieweekend). De meiden hadden zich er enorm op verheugd en pijn doet het thuis toch ook, dus sleepte ik mezelf mijn bed uit. Ik had me er zelf ook op verheugd. ’s Avonds was er namelijk een grote barbecue (van mijn oom die 65 wordt). En waar gratis eten is, daar ben ik. OempaLoempa-lookalike of niet.
De hondjes mochten ook mee. Want moederlief vertelde me dat er op camping ook honden rondliepen. Dus een opvouwbare bench geleend voor Teuntje, zwemspullen ingepakt voor Anne en Merel en daar gingen we. Langs de A2 vol file richting Beekse Bergen. Met twee kibbelende meiden op de achterbank, een zielige ik op de passagiersstoel en een geagiteerde Joost achter het stuur. God, wat wàs het gezellig.

Eindelijk kwamen we aan. Bij de poort met een groot bord. Een bord met ‘Honden geen toegang’ erop. Huh? Vertwijfeld keken Joost en ik elkaar aan. De portier was not amused. De honden mochten niet mee. Even bellen naar moederlief was er ook niet bij. Want Joost’s mobieltje lag thuis. En we waren al een keer teruggereden voor de fles jenever voor mijn oom dus toen hij tot de ontdekking kwam dat zijn mobieltje ook nog thuis lag, dachten we: ‘ach laat maar, we gaan niet nóg eens terug.’ En mijn mobiel was leeg. Want had ik op mijn kantoor laten liggen. En na zoveel dagen ziekzijn was ie natuurlijk leeg.

En op dat moment kwam net het treintje dat ons een half uur lopen naar de staplaats van mijn ouders zou besparen. Wat nu? Joost besloot de honden dan maar naar huis te brengen. Je kunt ze moeilijk in de auto laten op zo’n hete dag. Voor je het weet krijg je een bekeuring. Ik stapte met Anne en Merel in het treintje. Gelukkig zaten onze spullen in zo’n shoptrolley (thanx, ikea-family!!) zodat ik niet hoefde te zeulen. Uitgeput kwam ik bij mijn ouders aan. Die meteen lieten zien dat er heus wel honden liepen. Kon ik Joost niet even bellen? Nee, dat ging dus niet. Die arme ziel reed 60 km naar huis en kwam daarna weer naar de camping.

Anne en Merel haalden mijn tante J. over om met ze te gaan zwemmen en hadden de dag van hun leven. Ik ook wel. De zon scheen, ik werd bemoederd door moederlief en het was natuurlijk heel gezellig om al mijn familie weer eens te zien. Maar volgend jaar bellen we voor de zekerheid nog maar even. Of honden ècht wel toegestaan zijn.

woensdag 20 mei 2009

OempaLoempa

Zag ik er een paar dagen geleden nog uit als een OempaLoempa, vandaag loop ik als een OempaLoempa. 'Wat heb ik nu aan mijn broek hangen?,' zult u denken. Geloof me, dat vraag ik me ook af.

Aan het eind van de dag krijg ik last van mijn polsen en knieën. Ik besteed er niet veel aandacht aan maar het wordt steeds erger. Het voelt of iemand ze bewerkt heeft met een ijzeren pijp. Joost zoekt op internet en leest dat het een onderdeel van allergie voor de ibuprofen kan zijn. Ben ik lekker mee. Eerst jeuk en pijn all-over en nu dit!

Tegen negenen weet ik van de pijn niet meer hoe ik moet gaan zitten. Dus ga ik maar naar bed. Misschien dat liggen minder pijnlijk is. Onderaan de trap vraag ik me serieus af hoe ik godsnaam boven moet komen. Met mijn boek in mijn handen gaat het in ieder geval niet. Ik leg het op de trap en schuifel als een hond de trap op.

Zonder boek verveel ik me al snel en besluit te gaan slapen, als ik slaap voel ik immers niks. Maar slapen lukt niet. En het gaat steeds zeerder doen. Joost stelt voor een pijnstiller te nemen. Maar daar is al deze ellende mee begonnen dus dat durf ik niet. Tegen drieën vraag ik huilend of hij de huisartsenpost wil bellen. Ik houd het echt niet meer uit.

De huisartsenpost bevestigt Joost' zelfgestelde diagnose. De symptomen komen overeen met een allergie voor medicijnen. Ze adviseren om 2 paracetamol te nemen. Als de pijn niet vermindert, mag daar nog een diclofenac bij. En als zelfs dat niet helpt of als ik nog meer klachten krijg moeten we terugbellen.

Joost pakt de paracetamol en water. En gaat dan beneden een rietje halen want ik weet bij god niet hoe ik overeind moeten komen om te drinken. Elke beweging dreunt genadeloos door in mijn knieën en polsen. Na een tijdje beginnen de pijnstillers te werken en val ik in een onrustige slaap.

En nu lig ik hier. Met inmiddels een 2e dosis paracetamol is de pijn nu dragelijk. En kan ik, heel voorzichtig en met twee vingers, dit logje voor u schrijven. Ik ben benieuwd wat deze allergie nog meer voor me in petto heeft. En hoeveel van jullie je medelijden laten blijken in een fijne reactie.

maandag 18 mei 2009

Daar ben ik weer

Ik ben weer boven water. Een beetje wiebelig op de beentjes maar toch werk ik een paar uurtjes. Anders komt er niets binnen hè, als zzp-er. En dat mag natuurlijk niet te lang duren.

De griep is dus ver over. Ik heb wel een ander probleem. Een of andere allergische reactie. Waarschijnlijk op de vele ibuprofennetjes die ik de afgelopen dagen tot me nam. U had me gisteren moeten zien u had zich doodgelachen. Het begon met rode vlekken toen ik wakker werd. Tegen de middag was ik rood all-over. Of eigenlijk roodbruin. Ik zag er uit als ontplofte pot zelfbruiner. Of een OempaLoempa, zoals manlief heel erg grappig opmerkte. En jeuken, jeuken! En nog wat later steken, steken! Niet leuk meer. Als ik er niet zo grappig uitzag, had ik er vast om moeten huilen.

Vandaag ben ik verworden tot een bruin/rozig varkentje. Met jeuk. En koelzalf. Want die heeft Joost (op zondag!) nog voor me geregeld. Koelzalf die een soort poederfilm op de huid achterlaat. En nu mag u raden welke godvergeten kutkleur die zalf heeft. Blijkbaar nemen ze in de farmaceutische industrie graag clowns aan.

vrijdag 15 mei 2009

Griepzooi

Tja, en nu ben ik dus ziek. Niet heel erg ziek hoor. Niet zo ziek dat u zich zorgen moet gaan maken. Maar wel ziek genoeg voor een sickday. En zo lig ik dus op bed. Met tv, dvdspeler en laptop met internet is dat niet eens zo'n straf. Zeker met manlief thuis die me van koffie, fruit en koekjes kan voorzien. Wat een uitvinding, intercom op de telefoon! Anders zou ik iedere keer naar beneden moeten schreeuwen.

Als mannen ziek zijn, zijn ze ook gelijk heel zielig. Ze zijn een beetje verkouden en denken gelijk dat ze dood gaan. Vrouwen niet. Ik ben dus ook niet zielig. Ik ben stoer. Echt niet, ik voel me helemaal niet lekker. Ben dus heel zielig. Snuf snuf.

Een paar uur later verveel ik me te pletter. Duizend logjes gelezen, nu.nl achterklap van voor tot achter uitgeplozen en nu weet ik niets meer te doen. Daytimetelevision is ook niet meer wat het geweest is. Van ellende kijk ik naar een aflevering van 'Murder, she wrote.' Hoe diep kan een mens zinken?

Als ik ziek ben, krijg ik altijd ontzettend zin in aktie. Wil ik ramen soppen, onkruid wieden. Mijn kledingkast uitruimen. Of die speeltent voor de meiden naaien waarvan de stof al 14 maanden in de kast ligt. Al die dingen die ik normaal gesproken maanden voor me uitschuif, moeten nu, ik zeg NU, gedaan worden. Zou de griep soms ook je hersens aantasten?

donderdag 14 mei 2009

Daar gaat ze

Want vandaag gaat ze op schoolreisje. And this time it's serious. Niet zoals in groep 1 en 2 naar een speeltuin een paar dorpen verderop. Maar naar het Dolfinarium. In Harderwijk! Minstens anderhalf uur met de bus. Over loslaten gesproken! Ik dacht dat dat in kleine stapjes ging en nu dit!

Nu ben ik helemaal niet zo'n overdreven oh-oh-ik-zie-duizend-beren-op-de-weg-moeder maar zelfs ik voel me licht ongemakkelijk bij de gedachte dat mijn spring-in-het-veld de hele dag uit is zonder fatsoenlijk toezicht mijn goede zorgen.

Voor vertrek prent ik haar nog eens goed in wat er van haar verwacht wordt:
Blijf bij de hulpouder.
Niet zomaar weglopen.
Er wordt niet, ik herhaal niet onder of over de hekjes doorgeklommen.
En nee, ze hoeft echt geen vuilniszak snoep mee te nemen om de hele bus van een suikerroes te voorzien. 'Alleen de kindjes om je heen,' heeft de juf gezegd.

Met een zucht en een hele dikke knuffel laat ik haar vertrekken. Ik zal blij als ze vanavond weer thuis is.